Toen twee vrouwen hun boodschappen bij de buurtsuper wat nonchalant op de band gooiden, zei de ene vrouw nogal luidruchtig tegen de ander: “Oh, heerlijk helemaal vrij dit weekend. De kinderen gaan naar Gerrit. En ik ben zo vrij als een vogeltje. Tsjonge, wat een opluchting. Eindelijk! Ik denk dat ik er even lekker tussen uitga!” De andere vrouw keek haar even verbaasd aan. “Gerrit heeft toch elke veertien dagen de kinderen. Dus waarom ben je dan nu zo uitgelaten?” De eerste vrouw keek haar wat samenzweerderig aan en antwoordde: ”Je weet toch wel wat voor weekend dit is, hè?” Bij de ander gleed een peizende blik over het gezicht. “Kom op, Sinterklaas komt aan! Dat weet je toch wel! Ach nee, jij hebt nog geen kids, die dingen gaan natuurlijk langs jou heen. Maar niet bij mij. Zal ik je nou eens je vertellen wat dat elk jaar betekent? Gekte! De kids zijn er nu al vol van. En zaterdag staan ze al uren voordat hij aankomt al te dreinen van ‘gaan we nou?’. En ik me maar haasten, want Gerrit stak toendertijd geen poot uit. Die ging voor geen goud mee! Het kwam allemaal op mij neer. Elk jaar had hij zijn smoesjes klaar om niet mee te hoeven. Een klerehekel had hij eraan. Dus ik moest wel. Je kunt het de kinderen natuurlijk niet ontnemen. Maar nu u ben ik er eens ’n keertje vanaf. En dat ga ik vieren. De andere vrouw keek haar metgezellin even onderzoekend aan en zei: “Het lijkt me juist harstikke leuk om met de kinderen naar die intocht te gaan. Dat zijn toch hoogtepuntjes in hun leven?” Terwijl ze haar portemonnee uit haar tas viste, antwoordde de ander: “Meid je kunt wel merken dat jij er nog nooit tussen hebt gestaan. Constant je door de menigte wringen met twee jengelende kinderen aan je hand en de ruzies over wie op je nek mag zitten om iets te kunnen zien. En dat vreselijke geduw!
En altijd moeten ze de Sint een handje geven en pepernoten krijgen. Mens ik heb het hele huis al vol liggen met dat spul, maar dat is natuurlijk niet echt. Ze moeten het van Zwarte Piet krijgen. En na de haven moeten ze ook nog naar de markt om de Sint daar te zien. Dus je haast je maar weer met de meute mee naar de markt en daar begint die hele soos opnieuw. Mama, ik kan bijna niks zien, wil je me optillen! Mij ook optillen, roept de ander dan. En weer ruzie en gejengel. En als we dan eindelijk weer thuis waren, was ik kapot en viel op de bank. Gerrit vroeg dan altijd vals: “Was het leuk, jongens?” Nou dat kan hij dan nu eens mooi ervaren, want dit weekend zijn de kids voor hem!” De ander keek haar even aan en zei: “Weet hij eigenlijk wel dat de Sint dit weekend aankomt?”. “Weet ik veel! Maar als ik de kinderen heb afgeleverd weet hij dat binnen ’n minuut. Dus ik peer hem meteen als ik ze heb afgezet!” De andere vrouw probeerde het nog even met: ”En als hij nou toch volhoudt en thuisblijft?” De ‘bevrijde’ vrouw keek haar even aan en zei: “Meid, jij kent de kinderen. Wat denk je zelf?” Na ’n moment van aarzeling zei de ander: “Hij gaat!” De ogen van de vrouw met het heerlijke, vrije weekend begonnen opeens te stralen en terwijl ze de tas met boodschappen optilde zei ze bij het weggaan: “Jij snapt het. Kijk zo’n scheiding is nooit leuk. Ik heb er veel weet van gehad, dat weet je. Scheiden doet tenslotte lijden. Maar er zijn zo van die momenten dat ik denk: Het heeft ook zo zijn voordelen!”
Door Roeland Wels











