Beeld van Ermelo

Tanden

tandarts Een van de weinige dingen waar ik altijd erg tegenop zie, is mijn halfjaarlijks bezoek aan de tandarts. Ik smokkel daar dus mee, zodat het altijd wel iets meer wordt dan dat halve jaar. Waarom dat nou is weet ik eigenlijk niet, want in al de jaren dat ik hem visiteer heeft hij mij nog nooit noemenswaardige pijn bezorgd. En hij heeft er in al die tijd lustig op los geboord. Ik weet nog precies, hoe ik voor het eerst met knikkende knieën bij hem kwam. Er was een flink stuk van een kies afgebroken door iets hards in een krentenbol. Ik was al jaren niet meer bij een tandarts geweest, want mijn gebit had het tot dan toe aardig volgehouden, maar nu moest het. Het bleek toendertijd nog niet zo eenvoudig om een tandarts te vinden. Tenslotte belde ik zijn praktijk kon na een week terecht. Nog een week vrijheid en dan zou het noodlot mij treffen. Toen ik in de stoel lag vertelde ik mijn probleem. Hij knikte en zei alleen: “Ik zal even kijken”. Na een nauwkeurig onderzoek, deed hij zijn mondkapje naar beneden en zei: “Ik zal uw gebit eerst geheel renoveren. Dat is heel hard nodig. We zullen dat in vier keren doen. Eerst links boven, rechtsboven, linksonder en tenslotte rechtsonder. Dan komen we de afgebroken kies vanzelf tegen. U moet nu wel meteen een afspraak maken met mijn assistente”. Dan kun je natuurlijk niet meer zeggen: “Ik kom alleen voor die afgebroken kies”. Zijn woorden boden die ruimte niet. Ik heb de afspraken gemaakt en de man is toen rustig en vakkundig met de renovatie begonnen. Eerst wel even een verdovingsspuit en na een hoop gekras, gegier en vullen was het voorbij. Niets gevoeld. En toch de volgende keer weer met loden schoenen er heen. Wat is dat toch? Ooit had ik ook vliegangst, maar dat is gelukkig verdwenen, zodat ik nu vrolijk een vliegtuig binnenstap. Maar de tandarts! Dat blijft hangen.

Vorig jaar brak ik nog een stuk van een voortand af. Dat is natuurlijk geen gezicht, dus dan wil je wel. Binnen twintig minuten had hij het verholpen er leek het alsof er nooit iets was gebeurd. Kortom een vakman. Maar wel een vakman van weinig woorden. Sommigen vinden dat vervelend, ik niet. Ik vind het wel prettig. Want wat moet je, als zo’n man tegen je aan zit te kakelen. Je kunt immers niets terugzeggen. Nee, geef mij de stilte maar. En weer volledig pijnloos. Misschien is het dat gierende rotgeluid van zo’n boor, die de spanning er voor mij in houdt. Ik weet het gewoon niet, dus eigenlijk heb ik geen poot om op te staan. Deze week was ik er weer even. “Het is al weer een hele tijd geleden, dat ik u gezien heb”, sprak hij vriendelijk. “Ja”, zei ik maar, want ik had niet zo snel een sluitende smoes bij de hand. En hij weet heus wel waarom. Toen hij de boel weer een beetje had opgeknapt en gepolijst en ik wilde opstaan zei hij: ”Wacht even ik maak nog een paar fotootjes en voor ik het wist zag ik mijn gebit plotseling op een groot scherm verschijnen. “Kijk, uw gebit. Ziet er nog aardig uit, maar het scheelt wel in werk als u echt elk half jaar komt. En dan zijn we ook overal op tijd bij”. “Zal ik doen”, zei ik maar, want hij had gelijk. Dus moet ik er maar eens flink mijn tanden in gaan zetten, want die zagen er nog degelijk uit op dat scherm.
Door Roeland Wels

Leave a Reply

  

  

  

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>